• Start
  • Vervolg
  • Hoe ontstaat machtsmisbruik in spirituele gemeenschappen?

Hoe ontstaat machtsmisbruik in spirituele gemeenschappen?

Uitreksel van hoofdstuk 10 van ‘t boek “Na het feest komt de afwas”, geschreven door Jack Kornfield (vertaald uit ‘t Engels “After the esctasy, the laundry”. - Rider, Ransom House, 2000)

De eerste stap in het evalueren van een probleem is een eerlijke blik op de stand van zaken. Bij gemeenschappelijke spirituele problemen zullen we moedig genoeg moeten zijn om een eind te maken aan het isolement, en om onszelf, onze leraar, onze gemeenschap en onze overtuigingen kritisch onder de loep te nemen. Het toepassen van ‘de Wijsheid van het Onderscheidende Zien’ betekent met een heldere blik de waarheid onder ogen zien, maar altijd in de geest van mededogen en in het besef van onze verbondenheid met elkaar.
Iedere traditie en leraar (Goeroe) heeft zijn sterke en zwakke punten.

Een aantal belangrijke domeinen waarop zich problemen voordoen:

  • Machtsmisbruik. Wanneer een leraar of meester alle macht in zijn gemeenschap uitoefent, als het stellen van vragen wordt ontmoedigd en er geen sprake is van reële feedback.
  • Misbruik van financiële middelen. De genade die in het geestelijk leven wordt ervaren, leidt tot grote vrijgevigheid. Spirituele leiders kunnen gemakkelijk door de macht van geld worden overweldigd.
  • Seksueel misbruik. De behoeften van de leider, in combinatie met de ambivalente houding tegenover seksualiteit (die soms zelfs volledig wordt ontkent) kan gemakkelijk leiden tot heimelijke verhoudingen, seks in de ruil voor toegang tot de meester en andere (verregaande) uitbuiting.
  • Alcohol en drugsgebruik. De verslaving van een leider heeft meer dan eens geleid tot de ineenstorting van een hele gemeenschap, en tot ernstig lijden in het leven van leerlingen die hopeloos verstrikt raakten in de verslavingscultuur.

Hoe ontstaan de problemen?

Wij kunnen ons, net als in het Griekse verhaal over Icarus, een gevangene voelen in een labyrint dat we zelf hebben geschapen. Dat deel van ons wezen dat zijn beperkingen kent, kan de gevaren van de vlucht naar vrijheid omzeilen. We moeten nooit vergeten dat we menselijk zijn in ons streven om een volmaakt wezen te zijn. De wereld der goden is aanlokkelijk, als we menen daar te kunnen blijven na een mooie ervaring en niet willen terugkeren naar de realiteiten van tijd en ruimte, kunnen er problemen ontstaan. In de meeste gevallen van een meester die zijn rol misbruikt, is hij of zij niet met opzet oneerlijk. Door de ophemeling van de discipelen hebben zij zich vereenzelvigd met het gezag, in een dergelijk klimaat van irreële verwachtingen kan de leraar gemakkelijk zijn voeling met de werkelijkheid verliezen. Zowel de leraar als de gemeenschap raken in een isolement, wat gemakkelijk kan leiden tot zelfmisleiding, de drang om het denken van anderen te beheersen en de transformatie van een oefengemeenschap tot een sekte. Onze patriarchale cultuur heeft ons geconditioneerd om op te zien tegen gezagdragers en ons eigen lichaam en de eigen gevoelens te wantrouwen. We zijn vaak onvoldoende aangemoedigd of gemachtigd om zelf ons verstand te gebruiken.
Het verlangen naar redding, naar het vinden van iemand die de waarheid kent in deze chaotische, gejaagde wereld, is de basis voor het ontstaan van allerlei gemeenschappen van mensen die als schapen achter een leider aan lopen. Persoonsverheerlijking en isolement leiden tot het ontstaan van een cultuur van gemeenschappelijke ontkenning. Hoewel er veel gewaarschuwd wordt tegen misbuik van de rol van de leraar, kunnen veel leden zich niet voorstellen of geloven dat het ook voor hen van toepassing is. Ons vermogen tot zelfmisleiding is bijna even indrukwekkend als ons vermogen tot ontwaken.

Een ander bron van spirituele misverstanden is onze neiging charisma aan te zien voor authentieke wijsheid. Sommige spirituele leiders beschikken over het vermogen om uitzonderlijke bewustzijnstoestanden op te roepen. Bemoedigd door onze hoopvolle verwachtingen, ontstaan er gemakkelijk gevoelens van gelukzaligheid en transcendentie bij mensen die zich rond zo’n charismatische dominee, priester, zen-meester, mysticus, rabbijn of goeroe verzamelen. We vergeten dat deze vermogens en ook charisma even gemakkelijk kunnen worden benut door demagogen, politici of entertainers, het is niet noodzakelijk een teken van wijsheid.

In naam van ‘de juiste religieuze praktijk’ zijn er in de geschiedenis tal van voorbeelden van machtsmisbruik. Zowel in westerse religies als in alle oosterse religies en meditatieve tradities. En telkens werden de leringen verdraaid en verminkt door ze in dienst te stellen van alle conflicten, diefstallen, veldslagen en oorlogen.

Bepaalde religieuze tradities, zowel in het Oosten als in het Westen, leren dat we er het beste helemaal geen persoonlijke behoeften of verlangens op na kunnen houden. Dit ideaal ontkent de normale menselijke verlangens en verlangt van leraren, abten en meesters dat zij boven het wereldlijke staan, en zich onderwerpen aan heilige eenvoud en ascetische soberheid. Een indicatie voor de vraag of er sprake is van een gezonde, zuivere instelling is dit: de betrokkene heeft bij het op zich nemen van deze rol zijn of haar behoeften niet onderdrukt of zelfs hun bestaan geloochend. Wanneer de behoeften van het lichaam en onze menselijke natuur niet worden onderkend, kunnen ze o zo gemakkelijk worden gedemoniseerd en op anderen geprojecteerd, wat leidt tot paranoia, heksenjachten en inquisities. De spirituele gemeenschap zal een angstvallige houding aannemen tegenover tal van aspecten het leven.

In Azië wortelende tradities worden in het Westen met nog een ander probleem geconfronteerd: crossculturele verwarring. Leraren afkomstig uit een milieu waar men zich bescheiden kleedt en de geslachten strikt gescheiden zijn, kunnen hun gevoel voor wat betamelijk is verliezen wanneer zij plotseling in de westerse cultuur worden ondergedompeld. Veel schade en pijn wordt veroorzaakt door leraren die van hun westerse leerlingen verwachten dat deze hun seksueel of anderszins dienstbaar zijn.

De oplossing van de reis naar verlichting komt als we gaan beseffen dat zowel ons lijden als ons ontwaken dienstbaar is aan een hoger goed. Als we niet het goddelijke dienen, kunnen onze onvervulde behoeften verstrikt raken met onze speurtocht en kunnen onze spirituele ervaringen slechts leiden tot een sterker opgeblazen ego. Een leraar die al te zeer wordt vereenzelvigd met spirituele energie kan ongemerkt gaan geloven dat hij - aangezien hij degene is die de leringen schraagt - ook degene is die gediend moet worden.

Een wijs hart weet dat alle spirituele energie die we mogen ontdekken niet ons eigendom is, maar ons slechts is toevertrouwd. De bodhisattva-gelofte en het Zonnelied van de Heilige Franciscus geven ons de raad iedere zegening die we ontvangen te wijden aan het welzijn van anderen. Een wijs hart weet ook dat wij op bepaalde dagen sterker verbonden zijn met de zegeningen van het ontwaken dan op andere dagen.

Iedere wijze religie erkent dat een geestelijk leven zonder de grondslag van menselijke deugdzaamheid, eerlijkheid en integriteit onmogelijk is. Of het nu de boeddhistische leefregels zijn, of de hindoeïstische yama’s en niyama’s, de islamitische voorschriften of de joods-christelijke geboden – de mate waarin we zorg besteden aan ons gedrag ligt ten grondslag aan iedere vorm van spirituele groei. Zulke gedragsregels behoren te gelden voor zowel de leraar als zijn of haar leerlingen, want als de leider zichzelf boven de wet van deugdzaamheid stelt, is hij of zij voorbestemd tot het veroorzaken van lijden. Het in het leven roepen van een spirituele gemeenschap is een feilloos recept voor verraad. De waarden van mededogen en naastenliefde - de grondslag van alle grote wereldreligies – worden gedragen door onze eigen bereidheid om deugdzaamheid te beoefenen.

Het verraad is een fenomeen dat verbazingwekkend veel voorkomt. Het functioneert als een ongevraagde initiatie in de complexe waarheid van ons menszijn, waarin licht nu eenmaal ook zijn schaduwkanten heeft. Het verdriet en de lessen van spiritueel verraad kunnen jarenlang doorwerken. Maar soms leidt een langdurig proces van rouw en woede, bespiegelingen en innerlijke doorwerking bij leerlingen tot het inzicht dat het grootste verraad dat ze ervaren hebben in het feit dat ze de zeggenschap over zichzelf hadden weggegeven.

Het is vaak niet het verraad van leraren dat ons het ergste schokt of doet ontwaken, maar het groeiende inzicht in de manieren waarop we verraad hebben gepleegd jegens onszelf. Wij deden alsof we de schaduw niet zagen, ook al was deze voor iedereen duidelijk zichtbaar. Vanwege onze behoefte en ons idealisme sloten we de oren voor de wijsheid van ons hart, onze ware natuur. Geen leraar of gezagdrager buiten onszelf kan ons de waarheid geven of ontnemen. Uiteindelijk zullen we ontdekken dat ons eigen hart de eenvoudige wijsheid en het onwankelbare mededogen bevat waarnaar we altijd al hebben gezocht. Verraad zelf wordt onze leraar. We moeten verraad en respecteren, want het leidt ons terug naar de waarheid. Het vereist dat we ons oefenen in de Wijsheid van het Onderscheidende Zien, dat we oprecht zijn in wat we zeggen, dat we eerlijk onze idealen en tekortkomingen onderzoeken en worstelen met de noodzaak tot vergeving.

  • Hits: 8